Arie Slob over inzet middelen VVE

18 december 2018
Home > Nieuws > Landelijk > Arie Slob over inzet middelen VVE

“Met het extra geld uit het Regeerakkoord kunnen de talenten van kinderen met een risico op een onderwijsachterstand beter worden ontwikkeld. Dat is van groot belang voor hun verdere schoolloopbaan en latere positie op de arbeidsmarkt”. Dit schrijft Minister Arie Slob in zijn brief aan de kamer op 29 november j.l. over de uitwerking van de maatregel voor de versterking van de voorschoolse educatie.

Zoals bekend heeft het kabinet per 2020 structureel € 170 miljoen extra beschikbaar gesteld. Dit wordt o.a. ingezet voor de urenuitbreiding naar 960 uur voor alle doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar. Verder is besloten om vanaf 2020 per VVE groep een urennorm vast te stellen voor de inzet van een pedagogisch medewerker op hbo-niveau. Hij zegt in zijn brief het belangrijk te vinden om de de extra middelen in de voorschoolse educatie goed te volgen.

Monitoring inzet OAB middelen op scholen
Ook wil de minister beter zicht krijgen op een effectieve besteding van onderwijsachterstandsmiddelen op scholen. Hiertoe wordt een breed monitorings-, evaluatie- en onderzoeksprogramma in gang gezet. Bovendien wordt gezorgd voor een goede ondersteuning van gemeenten, kinderopvangorganisaties en scholen om het onderwijskansenbeleid te optimaliseren.

Stand van zaken nieuwe verdeelsystematiek
De nieuwe verdeelsystematiek voor gemeenten treedt per 1 januari 2019 in werking en voor scholen per schooljaar 2019-2020. De voorlopige beschikkingen aan gemeenten zijn in september verstuurd. In september 2019 ontvangen de gemeenten de definitieve beschikkingen, tezamen met de voorlopige beschikkingen van 2020. Scholen ontvangen de beschikkingen in april 2019.

Na zes jaar vindt er een evaluatie plaats van de nieuwe verdeelsystematiek. Hierbij wordt gekeken of de set van onderliggende indicatoren op termijn nog steeds de beste is, of dat een andere samenstelling tot betere inschattingen leidt.

De kamerbrief van Slob vind je in de bijlage.

© 2019 Stichting PAS