Zicht op ontwikkeling

Het in beeld brengen van de ontwikkeling van kinderen, en daarmee volgen van alle kinderen is noodzakelijk om een beredeneerd aanbod te kunnen bieden en om vorm te geven aan de ononderbroken ontwikkelingslijn van kinderen.

Zowel de voorschool als de vroegschool volgt de ontwikkeling van de kinderen zodanig dat zij een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen. Met de term zicht op ontwikkeling wordt bedoeld dat de ontwikkeling van de kinderen gevolgd wordt vanaf de instroom op de voorschoolse locatie met een ontwikkelingsvolgmodel. Dit wordt vervolgd op de basisschool tot tenminste groep 3. Dit draagt bij aan het realiseren van een doorgaande lijn in de zorg en begeleiding van kinderen van 0 tot 12 jaar. Het Stedelijk Kwaliteitskader OAB Arnhem vereist ook dat geïnvesteerd wordt in de doorgaande lijn van de ontwikkeling van het kind. Hiervoor wordt een observatiemodel, dat voldoet aan de Arnhemse vereisten, gebruikt door de VVE-locaties. Onder de doorgaande lijn valt bijvoorbeeld een (warme) overdracht, waarbij kinderen worden voorbereid op de volgende stap. Hieruit blijkt dat geïnvesteerd wordt in de doorgaande lijn van de ontwikkeling.

Voorschool

Wat ben je in de voorschool verplicht?

Binnen de voorschoolse situatie moet de manier waarop zicht gehouden wordt op de ontwikkeling van het jonge kind in het pedagogisch beleidsplan beschreven staan. Het is voor de VVE-locaties in de gemeente Arnhem verplicht om te werken met een ontwikkelingsvolgmodel om hierop het activiteitenaanbod af te kunnen stemmen. Dit is verplicht gesteld, maar via de knop ‘Lees meer…’ staan meerdere opties beschreven om aan zicht op ontwikkeling te werken.

Lees meer..

Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs schrijft in het Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs geen wettelijke verplichtingen voor aan voorschoolse educatie. Wel wordt er vanuit het Onderzoekskader aangeraden om binnen de voorschoolse educatie te focussen op onderstaande vragen om bij te dragen aan een grotere kwaliteit binnen VVE-educatie.

  • Verzamelt de voorschool vanaf binnenkomst systematisch informatie over de kennis en vaardigheden van haar peuters op de verschillende ontwikkelingsgebieden?
  • Benut de voorschool daarbij ook de informatie van ouder?
  • Vergelijken pedagogisch medewerkers deze informatie met de verwachte ontwikkeling?
  • Worden deze signalering en analyses gebruikt om de voorschoolse educatie af te stemmen op de behoeften van zowel groepjes als individuele peuters?
  • Gaat de voorschool na waar de ontwikkeling stagneert en wat mogelijke verklaringen zijn als peuters niet genoeg lijken te profiteren van de educatie?
  • Gaat de voorschool na wat nodig is om eventuele achterstanden bij peuters te verhelpen en wat de rol van ouders daarbij kan zijn?
  • Gebeurt dit ten minste met een gestandaardiseerd observatie-instrument dat het mogelijk maakt om vroegtijdig (achterstanden) te signaleren op de verschillende ontwikkelingsgebieden?
  • Gebruikt de voorschool deze observatiegegevens in een cyclisch proces van doelen stellen, passende educatie bieden aan peuters, evalueren en bijstellen van doelen en het educatieve aanbod?
  • Bespreken de pedagogisch medewerkers de bevindingen op vaste momenten in het jaar met ouders?
  • Herkennen pedagogisch medewerkers tijdig talenten en zijn zij bereid en in staat om passende programma’s en trajecten uit te voeren voor individuele of groepjes peuters?

Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie

Volgens het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie is het verplicht dat de houder van de voorschoolse locatie zo concreet mogelijk beschrijft in het pedagogisch beleidsplan de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast beschrijft de houder de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd. Ook beschrijft de houder de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.

Subsidieregeling Voorschools aanbod gemeente Arnhem

In de Subsidieregeling Voorschools aanbod gemeente Arnhem staat als eis beschreven dat de VVE-locatie werkt met een kindvolgsysteem, waarover afspraken zijn gemaakt met de samenwerkingspartners.

Vroegschool

Wat ben je in de vroegschool verplicht?

Binnen de vroegschoolse situatie moet de school gegevens over de kennis en vaardigheden van de kinderen verzamelen met behulp van een onderwijsvolgsysteem. Vanuit analyses laat de school het onderwijs afstemmen op de onderwijsbehoeften van de kinderen. Ook wordt vanuit deze analyses bepaald hoe eventuele onderwijsachterstanden te verhelpen zijn. Dit is verplicht gesteld, maar via de knop ‘Lees meer…’ staan meerdere opties beschreven om aan zicht op ontwikkeling te werken.

Lees meer..

De Inspectie van het Onderwijs schrijft in het Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs de volgende wettelijke verplichtingen voor aan vroegschoolse educatie om te werken aan grotere kwaliteit binnen VVE-educatie:

  • De school verzamelt vanaf binnenkomst met behulp van een leerling- en onderwijsvolgsysteem systematisch informatie over de kennis en vaardigheden van haar leerlingen. Voor de kennisgebieden taal en rekenen/wiskunde gebeurt dit vanaf groep 3 met betrouwbare en valide toetsen die tevens een indicatie geven van de bereikte referentieniveaus. Leraren vergelijken deze informatie met de verwachte ontwikkeling. Deze vergelijking maakt het mogelijk om het onderwijs af te stemmen op de onderwijsbehoeften van zowel groepen als individuele leerlingen.
  • Wanneer leerlingen niet genoeg lijken te profiteren, analyseert de school waar de ontwikkeling stagneert en wat mogelijke verklaringen hiervoor zijn. Vervolgens bepaalt zij wat er moet gebeuren om eventuele achterstanden bij leerlingen te verhelpen.

Bovenstaande verplichtingen gelden uiteraard voor alle kinderen in de basisschoolleeftijd, maar de VVE-doelgroep heeft op dit gebied extra aandacht nodig. Het is aan u om daar invulling aan te geven passend bij de doelgroep en de Arnhemse kwaliteitseisen.

Daarnaast worden in het Onderzoekskader 2017 voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs suggesties gedaan om binnen de vroegschoolse situatie ook op andere manieren aan kwaliteit te werken. Deze eigen invulling aan kwaliteit wordt ook meegenomen in de beoordeling door de Inspectie van het Onderwijs. Hierbij zou het kunnen gaan over het systematisch volgen van kinderen op meerdere (ontwikkelings)gebieden.

Doorgaande lijn

Mogelijkheden ter verbetering van de doorgaande lijn

Voor de VVE-doelgroep is het belangrijk om extra aandacht te besteden aan een doorgaande lijn van de voorschoolse naar de vroegschoolse voorziening. Dat wil zeggen dat de signalering en de aanpak start op de voorschoolse locatie en wordt voortgezet op de vroegschoolse locatie. De doorgaande lijn kan verschillende vormen hebben. Op het gebied van zicht op ontwikkeling kun je de doorgaande lijn op de volgende manier versterken:

  • Eenzelfde kindvolgsysteem voor voor en vroegschool.
  • Startniveau in beeld brengen en gewenste eindniveau om gezamenlijke ambities te stellen.
  • Evaluatiemomenten om de ontwikkeling van kinderen gezamenlijk te bespreken.
  • Bij stagnatie van ontwikkeling interventies bespreken en aanpassen.

Meer informatie

Wil je meer weten over zicht op ontwikkeling?

Bekijk dan ook eens de volgende websites en documenten:

© 2021 Stichting PAS